het begin


 

Bij ons thuis werd veel geknutseld. De huiskamertafel lag vaak vol met vellen papier, potloden, verf schaar, plaksel.... stof, garen, naalden, spelden.... Als we groot genoeg waren om een schaar vast te houden, leerden we hoe we hem moesten gebruiken. Het zelf maken van dingen kregen we met de paplepel ingegoten!
Toen ik zes was en in de eerste klas zat bij de nonnen van de lagere school, mocht ik van Zuster Woutera in de tekenles plaatjes natekenen. Dat was een gunst, dat mocht niet iedereen. Ik was (of werd?) er behoorlijk handig in, en nu nog weet ik hoe de poppetjes eruit zagen: eenvoudige figuurtjes, vlakjes voor hoofd en lijf, lijntjes voor de armen en benen. Ik weet nog dat ik mijn ogen op het plaatje hield en de lijnen volgde, terwijl ik met potlood de poppetjes tekende.
Als ik in bed lag, keek ik naar de doek die aan de muur hing, en volgde de lijnen van de tekening van mannen en vrouwen in een tropisch landschap. Aan de telefoon keek in gedachten naar het toestel en stelde me voor hoe ik dat zelf zou maken, met een zaag en een vijl. Tijdens de les keek ik naar het profiel van de docent voor de klas, en tekende hem na op een kladblok.
Altijd de buitenvorm volgen met mijn ogen… de lijn die langs een lichaam streelt, het silhouet in tegenlicht, de zwarte lijn langs een getekend vlak. In mijn hoofd volg ik de lijnen met mijn handen, met een potlood, schaar, mes, rasp.