pretparkfiguren


Pretparkattracties

Wie kent ze niet, wie heeft er nooit in gezeten of stil genoten van het kijken: de achtbanen, draaimolens, treintjes, schommels….. Ze zien er prachtig uit, en zijn voor degenen die erin zitten vaak letterlijk adembenemend…. Vanaf de eerste keer dat ik er kennis mee maakte (in de Efteling, natuurlijk!) herinner ik me het pure genot: stil genieten in de draaimolen, met open mond kijken naar de bewegende borst van Sneeuwwitje, gespannen wachten tot de heks van Hans en Grietje weer naar buiten komt. Ik herinner me dat ik met mijn ogen de lijnen volgde van de prachtige figuren die je overal zag: de bevallige dames bij de stoomcarrousel, de paarden, de bolle wangen van Holle Bolle Gijs, de lachende ogen van Langnek…. En altijd stelde ik me voor hoe het zou zijn om zelf zulke figuren te maken. In gedachte volgde ik de lijnen met mijn handen en vingers.
Dertig jaar later kwam ik bij puur toeval bij een bedrijf binnen, dat bezig was met het maken van een pretparkattractie. Er stond een vrolijk lachende kikker in de werkplaats, het model van een monorailwagentje voor Duinrel. Er werd nog aan geschuurd en er moest nog een mal van gemaakt worden waaruit een hele serie polyesterkikkers zou komen. Een paar weken later hielp ik mee om ze kleurig te beschilderen, voordat ze naar het park mochten.
Het was of er een puzzelstukje op zijn plaats viel: dàt is leuk werk, dat wil ik doen!
Sindsdien werk ik als freelancer voor de pretparkindustrie. Ik ontwerp beesten waarop kinderen kunnen klimmen en zitten, ik maak achtbaanwagentjes in allerlei vormen, ik kleed complete draaimolens aan. Soms heb ik helemaal de vrije hand wat betreft de vormgeving, meestal zitten er wel wat haken en ogen aan.
Maar het is iedere keer weer een uitdaging om binnen de mogelijkheden die ik heb, een vrolijke en esthetisch verantwoorde aankleding te maken voor een pretparkattractie.


De praktijk: hoe komt een pretparkattractie tot stand.
Veel attracties worden speciaal voor een bepaald park gemaakt, zodat rekening gehouden kan worden met de plaats (bv. binnen op een vlakke vloer, buiten in een bergachtig landschap) en het thema van het park. De plaats bepaalt veelal de maat en het materiaal, het thema bepaalt de vormgeving/aankleding.
Het aankleden van een attractie gebeurt dan ook in nauwe samenwerking met zowel het pretpark als het bedrijf dat de attractie maakt.
Ik werk over het algemeen niet rechtstreeks voor een bepaald pretpark. Meestal word ik benaderd door de bedrijven die de attracties maken (bv een achtbaan of draaimolen) en werk ik in hun opdracht. Ik heb zelf hooguit artistiek/creatief contact met een pretpark, geen zakelijk. Dat heeft voor mij het voordeel dat ik me alleen oppervlakkig hoef bezig te houden met veiligheidsvoorschriften en materiaalgebruik, voor het pretpark is het handig dat alles in één hand blijft.

De parken
Er zijn pretparken die zelf een ontwerper/stijl/thema hebben. In die gevallen moet ik mij houden aan de regels die de auteur van de figuren stelt. Voor bv Disneyworld en Asterixpark ben ik gebonden aan nauwkeurige omschrijvingen en voorbeelden van de uit te beelden figuren. Logisch: het zou een zooitje worden als elke attractiemaker zijn eigen interpretatie van een Mickey Mouse of Obelix neer zou zetten!
In andere gevallen mag ik zelf en voorstel doen en bedenk ik zelf een of meer figuren met een bepaalde vormgeving en uitstraling.
En vaak is het een combinatie: het thema wordt bv aangegeven en daar kan ik dan zelf mijn fantasie op loslaten.

De attractiebouwers
In de vormgeving moet ik rekening houden met een aantal praktische factoren.
Bv. de productiewijze: soms wordt als eis gesteld dat het product in een harde tweedelige mal gemaakt moet kunnen worden. Dat houdt in dat de vorm betrekkelijk eenvoudig moet zijn: de mal moet als twee schaalhelften van het model gehaald kunnen worden, zonder dat hij ergens achter blijft hangen. Als de mal uit meer delen mag bestaan (duurder!) of van siliconenrubber (nog duurder), of als het om een éénmalig product gaat (geen mal nodig) wordt het een stuk eenvoudiger om er iets leuks van te maken.
Bv. de maatvoering: In een achtbaanwagentje kunnen meestal twee mensen naast elkaar op een bankje zitten: daarmee is de binnenbreedte bepaald op ca 90 cm. Ook volwassenen moeten hun benen en voeten kwijt kunnen en er moet voldoende ruimte zijn om de veiligheidsbeugel op en neer te kunnen bewegen.
Om zoveel mogelijk mensen in korte tijd een ritje te kunnen laten maken, moeten er veel karretjes achter elkaar op de baan passen: ze mogen dus niet te lang zijn (vaak niet langer dan ca 1m.)
Voor- en achterkant moeten zó gevormd zijn, dat ze elkaar ook in de bochten (naar links en rechts, maar ook in een dal of op de top van de baan) niet raken.
Als het thema van het park dan voorschrijft dat het wagentje de vorm van een mier moet hebben, bezorgt mij dat heel wat hoofdbrekens….

Al met al een heel eisenpakket waar ik rekening mee moet houden:
• het thema van het park
• het budget
• de maten van de attractie (binnen- en buitenmaat wagentje, instaphoogte vanaf het perron, ruimte tussen perron en baan, ruimte tussen wagentjes onderling, radius van de horizontale en verticale bochten in de baan)
• veiligheidsvoorschriften
• onderhoudsaspecten

Toch zijn het ook de beperkingen die voor spanning in het werk zorgen: het is een uitdaging om in een low-budget-project en attractie neer te zetten waar je trots op kunt zijn! Uiteindelijk worden ook deze werkstukken “mijn kindjes”…..